Home
Nieuwspagina

Onze honden
Over PjotrOver Kiara
Over TainaOver Woesjka
Fotoalbum

Laikarassen
Russisch-Europese Laika
Westsiberische Laika
Oostsiberische Laika
Laika & jacht

 

Laikagallery
Russisch-Europese Laika
Westsiberische Laika
Oostsiberische Laika
Jachtfoto's van Laiki

Links
Gastenboek
mail


Westsiberische Laika
(Zapadno Sibirskaia Laika)

FCI Standaard No 306
Groep 5: Spitsen en Oertypen
sectie 2: Noordelijke jachthonden

 

Woesjka2005

KORTE GESCHIEDENIS:.De Westsiberische Laika is gevormd door de nauw verwante Chanteisker en Mansijaker types of Laiki te kruisen met de honden van de Russische jagers van de Noordelijke Oeral en West-Siberie. Apart van de inheemse stam in de gebieden waar jacht bedreven werd, is dit ras wijd verspreid in het middelste gebied van Rusland, waar een groot aantal van deze honden gefokt werden in grote fok-instellingen. In nog maar een paar jachtgebieden zijn speciale fokkennels van Westsiberische Laiki.

ALGEMEEN VOORKOMEN: Middelgrote hond; Sterk en droog gestel; Bottenstruktuur goed ontwikkeld doch niet massief of grof; Sterke, goed ontwikkelde spieren.

BELANGRIJKE PROPORTIES: Index van het formaat(lengte v.h. lichaam x 100 : schofthoogte)
Reuen 103-107, teven 104-108

GEDRAG/ KARAKTER: Gebalanceerd, levendig

KOP:
Niet groot. De schedel benadert in vorm een gelijkzijdige driehoek.
Stop: De overgang van van schedel tot snuit is geleidelijk, ternauwernood opmerkbaar.
Snuit: Lang en puntig. Droge lippen, nauwaansluitend.
Tanden: Wit, groot; schaargebit.
Ogen: Ovaal, schuin geplaatst, donker van kleur.
oren: Prikoren, hoog ingezet, puntig.

NEK: Gespierd, droog.

LICHAAM:
Schoft: Erg geproponceerd.
Rug: Sterk, recht.
Lenden: Kort, soepel.
Kruis: Breed, gespierd, licht aflopend.
Borst: Goed ontwikkeld.
Buik: Lichtelijk opgetrokken.

STAART: Sterke krul; gedragen over rug of heupen.

LEDEMATEN:
Voorpoten: lange poten; gespierd, hellende schouders.
Achterpoten: Gespierd, sterk, met goed gedefinieerde hoekingen. Wolfsklauwtjes dienen verwijdert te worden.

VOETEN: Ovaal, gebogen met aangesloten tenen.

GANG/ BEWEGING: Typische beweging: korte draf, afgewisseld met galop.

VACHT:
Haar: Dekharen van de bovenvacht zijn hard, een goed ontwikkelde ondervacht. Tophaar recht en grof.
Dankzij de goed ontwikkelde, dichte ondervacht is de vacht iets "uitstaande" en lijkt overvloedig. Op de kop, oren en voorzijde van de ledematen is de vacht kort; rond de schoft, nek, schouders en achterzijde van de ledematen is het haar langer; het vormt een baard op de wangen, een kraag rond de nek en lichte bevedering op de achterkant van de ledematen.
Kleur: Wit, peper en zout, rood en grijs in alle schakeringen; zwarte kleur toegestaan, als ook meerkleurig en met platen van dezelfde kleuren.

HOOGTE: Schofthoogte reuen 54-60 cm., teven 52-58 cm.

FOUTEN: Alle afwijkingen van het voorgaande moeten aangemerkt worden als een fout.

N.B.: Reuen moeten 2 duidelijke, normale testikels hebben, volledig ingedaald in het scrotum.